Autobahn

Geestelijk vader McLaren F1 bedenkt waanzinnige V12-supercar

Gordon Murray, de man achter de McLaren F1, heeft vandaag een nieuwe supercar aangekondigd. Hij heet T.50, en wordt volgens hetzelfde recept gebouwd: met een atmosferische V12, analoog, en met drie zitplaatsen.

Wanneer Gordon Murray een spirituele opvolger van de McLaren F1* aankondigt, spitst de wereld zijn oren. De F1 is immers hét icoon van de jaren '90, en daarmee heeft de T.50 - die zo heet omdat het het vijftigste autodesign van Murray is - behoorlijk grote schoenen te vullen. De auto - het eerste product van het in november 2017 opgerichte Gordon Murray Automotive (GMA) - staat gepland voor 2022.

De overeenkomsten met de F1 zijn navenant: de auto krijgt een atmosferische V12 met een hoog specifiek vermogen, wordt gebouwd volgens het vrij Britse 'less is more'-principe, en neemt ook de kenmerkende centrale positie voor de bestuurder over, met aan weerszijden plaats voor een passagier. De motorleverancier is dit keer niet BMW, maar Cosworth, dat we kennen als de partner van Aston Martin en Red Bull voor de Valkyrie. Ook krimpt de V12 flink: het slagvolume bedraagt 3,9 liter (3.980 cc, blokhoek: 65 graden), waar dit bij de F1 6,1 liter (6.064 cc) was. Ondanks de veel compactere afmetingen doet het opgegeven vermogen met 659 pk (650 hp) niet onder voor dat van de F1. Deze paardenkrachten worden wel bij een hoger toerental bereikt: de redline van het blok ligt op een duizelingwekkende 12.100 tpm. Als dit al geen indicatie van het 'vermogen boven draaimoment'-principe was, dan is het relatief bescheiden maximumkoppel van 450 Nm dit wel.

*U zou kunnen stellen dat de McLaren Speedtail deze rol al op zich neemt. Echter, Murray is niet meer verbonden aan het Britse merk, dus is de T50 in ieder geval zijn spirituele opvolger van de F1.

100 exemplaren

De T.50 komt niet geheel onverwacht, we wisten dat Murray iets in de koker had zitten. In de komende jaren moet het design van de auto tot wasdom komen. Murray plant 100 exemplaren (iets minder dan er van de F1 geproduceerd zijn), die hij voor £2 miljoen wil verkopen. Alles aan de auto is erop gericht het gewicht zo veel mogelijk te drukken, waardoor de T.50 slechts 980 kg in de schaal legt. Als Murray heel consequent is, verkoopt hij hem niet aan mensen met een BMI boven de 25, wat eigenlijk een hele goede motivator zou moeten zijn om jezelf in vorm te trainen.

Om dit lage gewicht te bereiken, zijn de buitenmaten zo compact mogelijk gehouden: de T.50 is slechts 4.380 mm lang en 1.850 mm breed. De motor, die in het midden achter de bestuurder ligt, is gekoppeld aan een bespoke lichtgewicht transmissie met zes verzetten. Alleen de achterwielen worden aangedreven. 

Actieve aero a la 'fan car'

Absoluut een USP van de T.50 is de grote ventilator (⌀ 400mm) die achter de achterwielen is geplaatst, en is geïnspireerd op de fameuze Brabham BT46B Formule 1-racer, die ook van Murrays hand kwam. Deze moet een vacuum onder de auto creëren, waardoor deze zich als het ware vastzuigt aan de weg. In de F1 werd deze technologie al snel verboden, maar automakers staat het uiteraard vrij dit weer te implementeren. Voor de ontwikkeling van het systeem werkt Murray samen met een niet nader genoemd F1-team (*kuch* Williams *kuch*).

De komende jaren zullen we nog regelmatig van het project horen, bij vorderingen houden we u op de hoogte. Of de genoemde introductiedatum van 2022 daadwerkelijk gehaald wordt, daar durven we onze hand niet voor in het vuur te steken. Bij een dergelijk project kan er zo veel spaak lopen, zeker als het uit een relatief kleine studio komt. Maar het is in ieder geval een auto om naar uit te kijken.

De F1 droeg decennialang de kroon van snelste productieauto ter wereld. Of Murray ook voor een snelheidsrecord gaat met de T50? “I have absolutely no interest in chasing records for top speed or acceleration. Our focus is instead on delivering the purest, most rewarding driving experience of any supercar ever built – but, rest assured, it will be quick.” En met die woorden sluiten we voor nu af, meer informatie over het project vindt u hier, of op de site van partner Cosworth.

Social